De doelgroep van PILON

De Stichting PILON richt zich primair op het ondersteunen van initiatieven die kunnen leiden tot versterking van de werkgelegenheid in Zuid-Limburg. Daaronder worden ook begrepen: “initiatieven die uitsluitend of in het bijzonder gericht zijn op het verbeteren van de positie op de arbeidsmarkt casu quo de sociale betrokkenheid van blijvend en tijdelijk beperkt geschikte personen voor wie in verband met hun verminderde validiteit of anderszins, geen, of vooralsnog geen passend werk in het normale bedrijfsleven beschikbaar is”. Het behouden en creëren van werk is dus doorslaggevend. PILON doet dit met een zekere blik naar het verleden: in organisaties waaruit de stichting is voortgekomen werd werk geboden aan doelgroepen die het op de arbeidsmarkt lastig hebben.

Werken is erbij horen

Het hebben van werk is een belangrijke voorwaarde voor maatschappelijke participatie. Dat geldt voor alle mensen en in het bijzonder voor laag opgeleide mensen of mensen boven een bepaalde leeftijd. Juist als mensen uit deze doelgroep kunnen participeren in het arbeidsproces geeft dit hen grote voldoening, de idee betekenis te hebben voor de maatschappij, het biedt gevoel van eigenwaarde , dus het ultieme ‘erbij horen’. Werk brengt deze mensen grote levensvreugde.

Handenwerk en arbeidskosten

De versterking van werkgelegenheid voor mensen die niet makkelijk aan een job komen, betrof qualitate qua in hoofdzaak de zogenaamde maakindustrie. Het gaat dan met name om werk dat met de handen gedaan wordt (‘laaggeschoolde handenarbeid’). Dit doe-werk of handenwerk wordt voor de Nederlandse industrie veelal als te duur ervaren omdat het tamelijk arbeidsintensief is en de loonkosten nu eenmaal voor een groot deel de kosten van het eindproduct bepalen. De door PILON beoogde doelgroep kan goed werk verrichten, maar in Nederland worden nog maar weinig producten vervaardigd die een hoge toegevoegde waarde hebben maar met lage arbeidskosten gemaakt worden. Hiervan wordt de productie doorgaans uitbesteed aan landen waar lagere lonen voor arbeid betaald hoeven te worden (zoals Oost-Europa, India of China). De concurrentie op dit vlak is groot.

Sectoren

Het is dus de kunst om alhier de juiste initiatieven te vinden zodat die ondersteund kunnen worden teneinde de doelgroep die PILON voor ogen staat te kunnen helpen. Deze doelgroep was vanouds vooral werkzaam in de maakindustrie terwijl de laatste decennia een verschuiving in de richting van dienstverlening is waar te nemen. Die genoemde initiatieven van laaggeschoolde handenarbeid zouden dus te vinden moeten zijn in de sectoren van maakindustrie of dienstverlening waarin laaggeschoolde handenarbeid emplooi vindt, zoals productie (industrieel), schoonmaak, groenonderhoud, afvalverwerking, transport, bakkerij, wasserij, de bouw, garagewezen etc.

Arbeidsaanbod

Het arbeidsproces in Nederland is er een van ‘survival of the fittest’. De beste arbeidskrachten vinden nog tamelijk gemakkelijk werk, maar aan de onderkant schuurt het proces van werk vinden. Van de minder productieve mensen vinden degenen met bepaalde kwaliteiten – de ‘betere van de mindere’ – alsnog emplooi. Die komen wel nog aan bod. Voor de resterende mensen is het een heuse strijd om passend werk te vinden. Het werkvoorzieningschap (WOZL) fungeert als sociaal vangnet en vervult die functie voor duizenden arbeidsgehandicapten.

Rentabiliteit

Wat ook meespeelt in de zoektocht naar passend werk voor laag opgeleiden is dat de lonen
in de sociale voorzieningen vrij hoog zijn, althans gerekend naar de productiviteit die door
deze mensen (nog) haalbaar is. De financiële maatstaf voor die meerwaarde haalt een
commercieel bedrijf niet. Het rendabel draaien is met deze doelgroep daarom amper te
realiseren. Temeer omdat de productiewijze (en dus het eindproduct) voldoende eenvoudig
moet zijn en dus amper onderscheidend kan zijn. Om dus personen met een grotere afstand tot
de arbeidsmarkt en een mindere productiviteit blijvend emplooi te bieden zal er altijd geld bij
moeten van de overheid. Dat blijft hoe dan ook een probleem.

Nederland regeltjesland

Het starten en functionerend houden van een bedrijf is geen sinecure; het bestaat uit een grote papierwinkel, berekeningen van rentabiliteit, het organiseren van de financiering, de juiste investeringen, maar ook uit zorg voor veiligheid en adequate werkomstandigheden, organisatie van de juiste toeleveranciers en afnemers, certificering van eindproducten etc. Het voldoen aan al die regeltjes alleen al vormt een groot obstakel. Om dan bovendien werk te gaan bieden aan personen met een afstand tot de arbeidsmarkt, maakt de start of het blijvend functioneren van een dergelijke onderneming tot een extra uitdaging. Sterker nog: dat vereist een groot sociaal engagement.